Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie

Actueel

Onwerkbaar weer

07 jan 2026

Het wettelijk kader De wet kent geen specifieke regeling die werknemers bij sneeuwval automatisch vrijwaart van de verplichting om te verschijnen of het werk uit te voeren. Het komt daarom aan op de open norm van goed werkgeverschap en goed werknemerschap van artikel 7:611 BW. Het is in beginsel de verantwoordelijkheid van de werknemer om op het werk te komen verschijnen dan wel het werk uit te voeren. Indien de werknemer hiertoe problemen ondervindt, dient hij zo snel mogelijk contact op te nemen met de werkgever om te bespreken wat de mogelijkheden zijn. De werknemer dient er dus alles aan te doen om alsnog op het werk te verschijnen of het werk op een andere manier uit te voeren, zoals bijvoorbeeld meerijden met een andere collega die wel durft te rijden. Indien de werknemer er zelf voor kiest om niet te komen en hiertoe wel alternatieven zijn, dan kan in overleg met de werknemer worden bepaald dat er een verlofdag wordt afgeboekt. Aan de andere kant geldt voor de werkgever het goed werkgeverschap. Een werkgever kan aanwijzingen geven over het werk, maar die instructies moeten wel redelijk zijn en kunnen mogelijk begrensd worden door de zorgplicht en de redelijkheid en billijkheid. Als rijden echt onveilig is en niet van de werknemer kan worden verlangd de weg op te gaan, dan kan niet zonder meer van de werknemer worden verlangd dat die de werkzaamheden uitvoert. Uit de rechtspraak blijkt dat normale bedrijfsrisico’s – zoals weersomstandigheden waardoor werken onmogelijk is – voor rekening van de werkgever komen. Dat geldt dus ook als de werkgever de werknemer gewoon op het werk verwacht, maar hij vanwege het weer stelt niet te kunnen komen. Geeft de werkgever aan dat de werknemer thuis mag blijven, dan kost dit de werknemer in principe geen vakantiedag. Besluit de werknemer zelf om niet naar het werk te komen, dan gaat dat in principe wel van zijn vakantiedagen af. Geen regeling onwerkbaar weer in cao VVT De Cao VTT kent geen specifieke bepaling die ziet op het niet kunnen reizen of het niet kunnen uitvoeren van werkzaamheden door weersomstandigheden. Ook de regelingen over vakantie-uren en verlof zeggen niets weersomstandigheden. De wet is dus bepalend. Ook hebben we er niet voor gekozen om een regeling op te stellen waarmee een beroep op een WW-uitkering door de werkgever kan worden gedaan wegens onwerkbaar weer. Aan een dergelijke regeling zijn strenge eisen verbonden en deze moet in de cao zijn benoemd. In de Cao VVT zijn hierover geen afspraken gemaakt. Reden hiervoor is dat in de cao dan moeten worden aangegeven in welke buitengewone natuurlijke omstandigheden en onder welke voorwaarden de overeengekomen arbeid niet kan worden verricht. Er moeten (bij sneeuwval en vorst 2 en bij regenval 19) wachtdagen in worden opgenomen, wat in de zorg onmogelijk is als die echt verleend moet worden. Meestal worden er dan in overleg met medewerkers gekeken welke medewerker wel bij de client kan komen en worden diensten gewisseld. Ook gebeurt het zelden dat onwerkbaar weer twee dagen aanhoudt. De praktijk Omdat zowel de Cao VVT als de wet geen specifieke regels geven voor de situatie dat een medewerker aangeeft door sneeuwval niet te durven rijden en daardoor het werk niet te kunnen uitvoeren, moet de beoordeling plaatsvinden binnen de normen van goed werkgeverschap en goed werknemerschap. Het komt hierbij aan op alle feiten en omstandigheden van de situatie. Die moet individueel worden bekeken en de redelijkheid moet worden afgewogen (is het werk uit te stellen, welke weerscode geldt, hoe kwetsbaar is de medewerker etc). In feite komt het erop neer dat medewerker en werkgever beide een verantwoordelijkheid hebben: je mag een medewerker vragen moeite te doen om naar het werk te komen, als er niet thuis kan worden gewerkt. Vaak lossen de werkgever en de medewerker dit soort situaties in onderling overleg op. Goed overleg over een redelijke oplossing is daarbij uitgangspunt. Zijn er (alternatieve) mogelijkheden om op het werk te komen (bijvoorbeeld bij code geel), maar wil de medewerker dat zelf niet, dan is ruilen met mensen die wel kunnen komen een optie of het opnemen van een vakantiedag. Bij onvoldoend (alternatieve) reismogelijkheden (bijvoorbeeld bij code rood) moet in onderling overleg worden gekeken naar de mogelijkheden, zoals vervoer regelen (verantwoordelijkheid werkgever) als de zorg niet uitgesteld kan worden, diensten verschuiven naar een later moment of een vakantie-uren opnemen. Dit laatste kan met instemming van de medewerker.  

Lees meer over Onwerkbaar weer

Zorgen over continuïteit zorgverlening bij handhaving op schijnzelfstandigheid

15 dec 2025

Op 18 december spreekt de kamer met de bewindspersonen in het Commissiedebat zzp over de verlenging van de ‘zachte landing’- handhavingsstrategie schijnzelfstandigen tot eind 2026. In deze brief aan de vaste Kamercommissie SZW lichten wij onze zorgen toe en geven de gevolgen van handhaving weer voor de palliatieve terminale zorg en de thuisondersteuning op maat én bij ziekte en piekdrukte. Wij geven daarin de suggesties mee om: te kiezen voor een zachte landing (dus geen boetes en naheffingen per januari 2026) en eerst de mogelijkheden te verkennen om de criteria in de Wet DBA te verduidelijken alvorens te gaan handhaven; tijd en ruimte te creëren om tot een oplossing te komen voor de gevolgen van de handhaving én de palliatieve terminale zorg thuis en de thuisondersteuning te ontzien, omdat deze organisaties niet kunnen bestaan zonder inzet van zelfstandigen maar wel cruciaal zijn voor een toekomstbestendige zorg; thuiszorgorganisaties die er alles aan hebben gedaan om te voldoen aan de wet- en regelgeving, maar bij wie -na grondige doorlichting van hun bedrijfsvoering- het werk niet zonder zzp’ers kan worden gedaan, als bonafide te beschouwen en de aanpak te richten op structureel misbruik.

Lees meer over Zorgen over continuïteit zorgverlening bij handhaving op schijnzelfstandigheid

Arbeidsmarktplaat zorg en welzijn

14 dec 2025

Arbeidsmarktplaat RegioPlus 2e kwartaal 2025 RegioPlus heeft op basis van nieuwe CBS-cijfers haar arbeidsmarktplaat onlangs geüpdatet tot en met het tweede kwartaal 2025. Uit de cijfers blijkt: Het aantal zelfstandigen in zorg en welzijn is sterk gedaald t.o.v. eerdere kwartalen en t.o.v. een jaar eerder (28.000 minder) Er zijn historisch veel werknemers gestart in dit kwartaal (189.000) De uitstroom is sinds 2022 niet zo laag geweest (146.000 werkenden verlieten de sector) Het aandeel uitstromers vanwege pensioen blijft toenemen Het aantal openstaande vacatures in de sector is hoger dan ooit en het tekort groeit Bekijk hier de RegioPlus-infographic arbeidsmarktdata november 2025 Arbeidsmarktplaat RegioPlus 1e kwartaal 2025 RegioPlus heeft op basis van nieuwe CBS-cijfers haar arbeidsmarktplaat onlangs geüpdatet tot en met het eerste kwartaal 2025. Uit deze cijfers blijkt: De sector zorg en welzijn is in omvang groter dan ooit (ruim 1,5 miljoen werknemers) De instroom was niet eerder zo hoog De instroom blijft groter dan de uitstroom De uitstroom is al drie jaar niet meer zo laag geweest: werknemers blijven dus vaker behouden voor de sector Er is een recordhoogte aan ontstane en openstaande vacatures Er zijn bijna 20.000 minder zelfstandigen in de sector werkzaam ten opzichte van een jaar eerder Bekijk hier de RegioPlus-infographic arbeidsmarktdata augustus 2025

Lees meer over Arbeidsmarktplaat zorg en welzijn

Keurmerk inwonende zorg van belang voor goede kwalitatieve zorg en arbeidsomstandigheden

Nieuws 12 dec 2025

Steeds meer ouderen in Nederland willen langer thuis blijven wonen in hun eigen vertrouwde omgeving, ook als hun zorgvraag intensiever wordt. Tegelijkertijd neemt de druk op mantelzorgers toe. Inwonende zorg – waarbij een zorgverlener tijdelijk bij de cliënt in huis woont – biedt een oplossing wanneer reguliere thuiszorg niet meer volstaat. Deze vorm van zorg geeft rust en continuïteit, maar brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee. In de ons omringende landen is inwonende zorg al een veelgebruikte oplossing. Nederland staat nog aan het begin van deze ontwikkeling. Juist daarom vindt Zorgthuisnl, de branchevereniging voor betrokken zorgaanbieders met een focus op zorg thuis, het belangrijk om nu duidelijke kwaliteitsnormen en goede arbeidsvoorwaarden vast te leggen door middel van een keurmerk, zodat deze zorgvorm op een verantwoorde manier kan groeien. Belang van keurmerk voor inwonende zorg Als branche zien we dat inwonende zorg niet altijd overal goed geregeld is. Er zijn vragen over kwaliteit, veiligheid en vooral over de arbeidsomstandigheden van medewerkers. Hoe zorgen we dat deze zorgvorm betrouwbaar is voor cliënten én werkbaar voor zorgverleners? Hoe voorkomen we overbelasting en waarborgen we professionele standaarden? Wij willen dat inwonende zorg een duurzame oplossing wordt, niet een noodgreep. Dat betekent: • Goede zorg voor cliënten, geleverd volgens duidelijke kwaliteitsnormen. • Eerlijke arbeidsomstandigheden voor medewerkers, inclusief voldoende rust en ontspanning. Het keurmerk als antwoord Daarom ontwikkelt Zorgthuisnl samen met zijn leden een keurmerk voor inwonende zorg. Dit keurmerk maakt zichtbaar welke organisaties werken volgens deze normen. Zorgaanbieders moeten o.a. aantonen dat zij: • Werken volgens vastgestelde kwaliteitscriteria. • Beschikken over een onafhankelijke vertrouwenspersoon voor medewerkers. • De zorgverlening beperken tot maximaal 40 uur per week (geplande en ongeplande momenten) en rusttijd borgen. Samen met het ministerie We gaan in gesprek met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de toepassing van de Arbeidstijdenwet bij inwonende zorg. Want hoe gaan we om met werktijd en rusttijd als een medewerker in huis woont bij een cliënt? Hierover willen we in 2026 duidelijke afspraken maken.

Lees meer over Keurmerk inwonende zorg van belang voor goede kwalitatieve zorg en arbeidsomstandigheden

Ziekteverzuim in de VVT

Nieuws 11 dec 2025

Verzuim zorgsector 2025 verontrustend hoog Waar gaat het naartoe met het verzuim van 2025? Verwacht wordt dat het verzuim in 2025 hoger zal uitkomen dan in 2024 en het langdurig verzuim (vanaf 92 dagen) zal toenemen. Lees hier de analyse van Vernet. Ziekteverzuimcijfers Q3 2025 Het verzuim in de branche over het voortschrijdend jaar 2024-4 t/m 2025-3 is 9,16% (zorgbreed 7,91%). Ten opzichte van een jaar geleden is het verzuim met 0,07% gestegen. De toename van verzuim zien we vooral terug bij de jongste werknemers van 25 jaar en jonger. De meldingsfrequentie is in deze groep ook omhoog gegaan. De ziekteverzuimcijfers voor de VVT kunt u hier bekijken. Ziekteverzuimcijfers Q2 2025 Het verzuimpercentage in de VVT over het voortschrijdend jaar 2024-3 t/m 2025-2 is 9,11%. Ten opzichte van een jaar geleden is het verzuim met 0,07% gestegen. De toename zien we terug in alle leeftijdsklassen behalve bij werknemers van 46 t/m 55 jaar. Het verzuim langer dan drie maanden is ten opzichte van vorig licht toegenomen. De ziekteverzuimcijfers voor de VVT kunt u hier bekijken. Ziekteverzuimcijfers Q1 2025 Het verzuimpercentage in VVT over het voortschrijdend jaar is ten opzichte van een jaar geleden met 0,20% gestegen naar 9,12%. Voor de hele zorgsector is dat 7,86%. Met name de griepgolf heeft het kortdurend verzuim verhoogd in het eerste kwartaal, maar ook het verzuim langer dan drie maanden is hoger dan dat van twee jaar geleden. De ziekteverzuimcijfers voor de VVT kunt u hier bekijken.

Lees meer over Ziekteverzuim in de VVT

Houdbaarheidsonderzoek Wmo ‘Tijd voor stevige keuzes’

Nieuws 02 dec 2025

De Wmo 2015 bestaat inmiddels tien jaar. Een goed moment om terug te kijken en vooruit te denken. Het ministerie van VWS heeft daarom het eindrapport van het Houdbaarheidsonderzoek Wmo gepubliceerd: ‘Tijd voor stevige keuzes’. In deze themanieuwsbrief nemen we u mee langs het proces, de belangrijkste bevindingen, de voorgestelde beleidsopties en de stappen die nu gezet moeten worden. Klik hier om verder te lezen

Lees meer over Houdbaarheidsonderzoek Wmo ‘Tijd voor stevige keuzes’

EHBO-certificaat niet verplicht voor zorgverleners

26 nov 2025

Het is niet verplicht dat zorgverleners die bij cliënten thuis zorg verlenen, beschikken over een EHBO-certificaat of aantoonbare bekwaamheid op dit vlak. Het is aan u als zorgorganisatie zelf hierover te beslissen, aldus de IGJ. Leg in uw beleid vast of u de garantie wilt en kunt geven dat alle zorgverleners een EHBO-certificaat hebben en bekwaam zijn. Belangrijk is dat dit duidelijk is voor cliënten en hun mantelzorgers.

Lees meer over EHBO-certificaat niet verplicht voor zorgverleners

Zzp’ers meer tevreden met hun werk dan werknemers

Nieuws 04 nov 2025

Opnieuw heeft AZW (het onderzoeksprogramma arbeidsmarkt zorg en welzijn, een initiatief van VWS en o.a. het AOVVT) informatie gepubliceerd die voor u interessant kan zijn. Op basis van een CBS-steekproef onder de 1,5 miljoen werknemers, ca 30 duizend bedrijven en 125.000 zelfstandigen in de sector, blijkt dat zzp’ers in zorg en welzijn over het algemeen meer tevreden zijn met hun werk dan medewerkers in dienstverband. Voor de VVT valt het volgende op: Zzp’ers werken gemiddeld meer uren per week dan werknemers, namelijk 31,6 uur voor zzp’ers versus 24 uur voor werknemers. De belangrijkste reden om zzp’er te worden is: “Ik wilde zelf bepalen hoeveel en wanneer ik werk” (58%). Zzp’ers ervaren de werkdruk over het algemeen als lager dan werknemers: 29% van de zzp’ers vindt de werkdruk te hoog versus 43% van de werknemers. Zzp’ers zijn meer tevreden met hun werk dan werknemers. Hier kunt u zien hoe zzp’ers het werken in de VVT ervaren. Bekijk ter vergelijking ook de infographic ervaringen werknemers Thuiszorg. Zorgthuisnl maakt zich bij de politiek hard voor de mogelijkheid om zzp’ers die dat graag willen te kunnen blijven inzetten voor de zorg thuis. Daarnaast zoeken wij naar mogelijkheden voor flexibel inzet van medewerkers in dienstverband. Wilt u daarover meedenken in een van onze ledengroepen, neem dan contact met ons op.

Lees meer over Zzp’ers meer tevreden met hun werk dan werknemers

Eerste rode dradenanalyse kwaliteitsbeelden: VVT zet belangrijke eerste stappen met Generiek Kompas

Nieuws 20 okt 2025

De eerste rode dradenanalyse van kwaliteitsbeelden in de VVT-sector, uitgevoerd door Berenschot, geeft een waardevolle eerste blik op hoe zorgorganisaties aan de slag zijn gegaan met het Generiek Kompas. Het onderzoek laat zien dat organisaties veel thema’s uit het Kompas omarmen en al flinke stappen zetten richting meer persoonsgerichte en toekomstbestendige zorg. Rode dradenanalyse Uit de analyse van ruim 600 kwaliteitsbeelden blijkt dat organisaties breed werken aan onderwerpen als het kennen van wensen en behoeften van cliënten, het versterken van netwerken, en het organiseren van werk met oog voor technologie, werkplezier en deskundigheid. Ook is er veel aandacht voor leren en ontwikkelen en groeit het gebruik van diverse methoden om inzicht in kwaliteit te krijgen. De rode dradenanalyse laat zien dat de beweging in de sector volop op gang is. Bijna alle organisaties benadrukken het belang van open gesprekken met cliënten en hun naasten. Daarnaast wordt het netwerk van de mens met een zorgvraag en vrijwilligers steeds vaker structureel betrokken, en nemen technologische innovaties een vaste plaats in het zorgproces. Mantelzorgers, familie, vrienden, buren en vrijwilligers worden steeds meer gezien als gelijkwaardige partner in de zorg. Tegelijkertijd komen ook uitdagingen naar voren, zoals het duurzaam borgen van nieuwe werkwijzen en het omgaan met arbeidsmarktkrapte. Eerste keer kwaliteitsbeelden Organisaties hebben dit jaar voor het eerste gewerkt met het Generiek Kompas en voor het eerste een kwaliteitsbeeld gepubliceerd. Het doel van het huidige onderzoek was om aan de hand van de kwaliteitsbeelden te onderzoeken hoe organisaties in de VVT-sector in 2024 invulling hebben gegeven aan de gewenste beweging. De rode dradenanalyse is dan ook waardeoordeelvrij en nadrukkelijk een nulmeting. De rode dradenanalyse geeft allereerst een weergave hoe er wordt gerapporteerd in de kwaliteitsbeelden over de onderwerpen die in het Generiek Kompas staan. Als bepaalde onderdelen van bouwstenen niet (uitvoerig) aan bod komen in de kwaliteitsbeelden, betekent dat niet per definitie dat organisaties er niet mee bezig zijn. Daarnaast zijn er onderwerpen opgenomen in de kwaliteitsbeelden die niet in het Kompas omschreven worden. Ook dit zijn belangrijke inzichten van hoe de sector werkt aan kwaliteit. Vooruitblik De analyse is nadrukkelijk een nulmeting: een startpunt om verder te bouwen. Op basis van de inzichten uit de analyse hebben de partijen een nieuw plan opgesteld. In het plan zijn afspraken opgenomen over hoe we organisaties verder kunnen ondersteunen bij de implementatie van het Kompas. De uitkomsten van de rode dradenanalyse bieden een basis voor zowel de inhoudelijke doorontwikkeling van de bouwstenen en de daarbij behorende handreikingen, als voor de doorontwikkeling van het kwaliteitsbeeld. Zo groeit stap voor stap een sectorbrede beweging waarin leren, samenwerken en kwaliteit van bestaan centraal staan. Leest u hier de factsheet met uitkomsten rode dradenanalyse

Lees meer over Eerste rode dradenanalyse kwaliteitsbeelden: VVT zet belangrijke eerste stappen met Generiek Kompas